Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
Minister Aartsen schrijft aan de Tweede Kamer dat categorisch uitsluiten van zelfstandigen moet worden voorkomen en dat per concrete opdracht moet worden gekeken hoe zzp wél kan. Minister Vijlbrief verdedigt vervolgens dat UWV afscheid neemt van zzp-verzekeringsartsen, omdat deze beroepsgroep volgens hem onder gezag zou werken.
Dat is niet zomaar “ruis”. Dat is bestuurlijke kortsluiting.
Vroeger leidde zoiets tot politieke vragen, desnoods tot een motie van wantrouwen. Tegenwoordig lijkt geen Kamerlid het nog op te pakken. De onbetrouwbare overheid staat vol in beeld. De ambtelijke top van SZW zit aan de knoppen. Zoveel is inmiddels duidelijk.
De vraag aan SZW is simpel: wat is uw formele standpunt?
Kan zzp bij de overheid en in de zorg wél, mits de opdracht goed wordt ingericht en alle feiten en omstandigheden worden gewogen? Of worden beroepsgroepen alsnog collectief uitgesloten zodra het politiek of ambtelijk beter uitkomt?
De Hoge Raad heeft in het Deliveroo-arrest bevestigd dat de kwalificatie van een arbeidsrelatie afhangt van alle omstandigheden van het geval. In het Uber-arrest van 21 februari 2025 heeft de Hoge Raad bovendien bevestigd dat ondernemerschap volwaardig meeweegt en dat er geen rangorde bestaat tussen de gezichtspunten. Toch blijft SZW communiceren alsof “inbedding”, “zij-aan-zij werken” of “kernactiviteit” op zichzelf genoeg is om zelfstandigheid uit te sluiten.
Dat is juridisch onjuist. En maatschappelijk schadelijk.
Want anderhalf jaar nadat keer op keer is gewezen op foutieve informatie, blijft SZW die informatie herhalen. Hoe kan dat? Wie controleert de toetsingskaders? Wie corrigeert de brokers, providers en uitvoeringsorganisaties die zelfstandigen bij voorbaat weren? En waarom hoeft de overheid zelf kennelijk niet te handelen volgens de zorgvuldigheid die zij van opdrachtgevers verlangt?
Arbeidsrechtadvocaat Joost van Ladesteijn verwoordde het scherp in een recente post: “Woorden vanuit het verantwoordelijk ministerie zeggen ‘ZZP kan wel’, maar de daden zijn dat zzp’ers a priori worden uitgesloten bij de overheid. Niet incidenteel, maar structureel.”
Precies daar zit de kern.
Als SZW werkelijk meent dat zzp kan, dan moet het ministerie stoppen met toetsingskaders die doen alsof de WVBAR al geldt, alsof de conclusie van A-G De Bock wet is geworden en alsof recente rechtspraak van de Hoge Raad niet bestaat. Dan moet SZW onafhankelijk laten onderzoeken welke beoordelingskaders binnen de overheid, bij brokers en bij grote inhuurpartijen worden gebruikt. En dan moeten de uitkomsten openbaar worden gemaakt.
Comité ZZP vraagt daarom aan SZW:
- Wat is uw formele standpunt over zzp-inhuur bij de overheid, in de zorg en bij uitvoeringsorganisaties?
- Erkent SZW dat geen enkele beroepsgroep op voorhand collectief kan worden uitgesloten?
- Erkent SZW dat iedere arbeidsrelatie afzonderlijk moet worden beoordeeld aan de hand van alle feiten en omstandigheden?
- En erkent SZW dat de overheid zelf het goede voorbeeld moet geven?
- Bij wie mogen zzp-keuringsartsen zich bij het UWV melden voor een opdracht?
Zolang die antwoorden uitblijven, is “Zo kan zzp wél” geen campagne. Dan is het een rookgordijn.









