Column Lex Tabak:
2 september 2025

De aanpak schijnzelfstandigheid gaat niet over het beschermen van kwetsbare werkenden.

Column van Lex Tabak

De verkiezingsprogramma’s laten zien dat politieke partijen niet bereid zijn om in te grijpen op de handhaving schijnzelfstandigheid. Ondanks dat ook zelfstandig ondernemers geraakt worden. De conclusie van Lex Tabak is dat de aanpak schijnzelfstandigheid al lang niet meer gaat over het beschermen van kwetsbare werkenden.



Minister Asscher in 2016: ‘we laten echte ondernemers met rust’

In 2016 werd de Wet DBA ingevoerd. Het doel was helder en de belofte was duidelijk. Minister Asscher schreef dat “de Wet DBA werknemers beschermt die eigenlijk in loondienst horen en laat echte ondernemers ondernemen.” - Kamerstukken II 2015/16, nr. 34 036

Het zou een simpele ingreep worden. De wet moest voorkomen dat kwetsbare werkenden aan de onderkant van de arbeidsmarkt onterecht als zelfstandige werden weggezet, zonder bescherming of sociale zekerheid. Voor echte ondernemers zou niets veranderen. Dat was de afspraak. Anno 2025 is de wet DBA onveranderd gebleven, maar worden zelfstandig ondernemers wel degelijk geraakt. De aanpak schijnzelfstandigheid laat echte ondernemers helemaal niet ondernemen, omdat hun opdrachtgevers angstig zijn gemakt over de gevolgen van inhuur.


Wat de verkiezingsprogramma’s niet laten zien

Sinds de handhaving sinds 1 januari 2025 gewijzigd is, zijn er diepe sporen getrokken door het ondernemerschap van zzp’ers. De politiek is daar veelvuldig op gewezen. Nu de meeste verkiezingsprogramma’s gepubliceerd zijn, wordt duidelijk wat de politiek van plan is met de misstanden binnen deze handhaving. Het antwoord: niets. Er wordt niet gesproken over het beschermen van de onderkant van de arbeidsmarkt en het gaat al lang niet meer over kwetsbare werkenden.

De verkiezingsprogramma’s laten geen scherpe reflectie op dit dossier zien. De realiteit is het tegenovergestelde. Als je de programma’s van VVD, GroenLinks-PvdA, CDA, PVV, Volt, NSC, BBB en anderen doorzoekt de gevolgen voor zelfstandig ondernemers, lees je nauwelijks iets. Het explosieve dossier van de arbeidsmarkt is too hot to handle. Waardoor er voor 1,5 miljoen zzp’ers niet goed valt te kiezen.


Van beschermen naar beperken

De aanpak van schijnzelfstandigheid is ongemerkt opgerekt. Wat in 2016 nog bedoeld was om kwetsbaren aan de onderkant te beschermen, is in de afgelopen negen jaar verworden tot een brede aanpak die ook echte ondernemers raakt. Normaal gesproken zou je verwachten dat zo’n fundamentele koerswijziging van beschermen van kwetsbaren naar het beperken van zzp-schap, geformaliseerd wordt via nieuwe wetgeving. Nadát er politiek draagvlak voor is. Dat is niet gebeurd.

Inmiddels zijn 1,5 miljoen zzp’ers het criterium “inbedding” in gerommeld. Formeel geen wetgeving, maar wel het fundament waarop de Belastingdienst haar feedback geeft aan opdrachtgevers. Die verschuiving is de politiek bekend. Ministers hebben in debatten keer op keer signalen gekregen dat duizenden echte ondernemers vastlopen door de onduidelijkheid. En tóch is dat besef volledig afwezig in de verkiezingsprogramma’s van 2025.


De conclusie: de politiek accepteert het belemmeren van zelfstandig ondernemer

De politiek accepteert inmiddels dat ook echte ondernemers geraakt mogen worden. Niet alleen de “schijnzelfstandigen” aan de onderkant worden aangepakt, maar iedereen die buiten loondienst werkt, kan onder de Wet DBA klem komen te zitten.

De Wet DBA is nooit ingetrokken, maar wel van functie veranderd. Ooit een instrument om kwetsbaren te beschermen, nu een middel om het aantal zzp’ers terug te dringen. Zonder dat daar openlijk politieke verantwoording over wordt afgelegd. Dat is het echte verhaal van 2025. Niet wat er staat in de verkiezingsprogramma’s, maar wat er niet meer in staat.


Lex Tabak

door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 3 augustus 2026
Geen VBAR 2.0
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?