Hoe kan dat nou?
Penningmeester • 28 januari 2026

Wat gebeurt er in de arbeidsmarkt dialoog?  Daarom vandaag de volgende vraag aan Perplexity gesteld: “Wat zijn de grootste misvattingen betreffende zzp'ers in de arbeidsmarktdiscussie”. Hieronder het antwoord:

Hoe kan dat nou?

De grootste misvattingen in de arbeidsmarktdiscussie over zzp'ers draaien vaak om schijnzelfstandigheid, sociale zekerheid en de mate waarin zzp'ers vrijwillig voor deze werkvorm kiezen. Deze misvattingen leiden regelmatig tot beleid dat voorbijgaat aan de realiteit van het zelfstandig ondernemerschap.


Inbedding als doorslaggevend criterium

Een veelvoorkomende misvatting is dat 'ingebed' werk automatisch een dienstverband zou betekenen. Na de Deliveroo-uitspraak van de Hoge Raad zijn adviseurs en organisaties massaal gaan veronderstellen dat zzp'ers die ingebed werk doen (bijvoorbeeld een journalist bij een mediabedrijf of een docent bij een onderwijsinstelling) in loondienst horen te zijn. Dit is onjuist: de Wet DBA vereist een holistische benadering waarbij álle feiten en omstandigheden worden meegewogen, niet slechts één element.


Verlangen naar een vaste baan

Een tweede belangrijke misvatting is dat zzp'ers eigenlijk liever in loondienst zouden willen. Onderzoek van Intelligence Group toont aan dat slechts 10% van de zzp'ers naar een vaste baan verlangt, terwijl 55% expliciet aangeeft nooit meer terug te willen naar een vast contract. Uit een ledenonderzoek van werkgeversorganisatie AWVN blijkt dat 67% van de zzp'ers niet bereid is om in dienst te gaan, ondanks dat werkgevers dit aanbieden. Veel zelfstandigen prefereren vrijheid boven vastigheid.


Sociale zekerheid en kwetsbaarheid

Een derde misvatting betreft de veronderstelling dat zzp'ers geen sociale zekerheid wíllen. Onderzoek wijst uit dat veel zzp'ers wel bereid zijn te betalen voor sociale zekerheid, maar alleen als ze de vrijheid behouden om als ondernemer te blijven werken. De discussie over kwetsbare zzp'ers leidt tot voorstellen zoals een minimumuurtarief van €35, waarbij lager betaalde zzp'ers automatisch als werknemer zouden worden aangemerkt. Dit gaat echter voorbij aan het feit dat niet alle laagbetaalde zelfstandigen zich kwetsbaar voelen of per se bescherming nodig hebben.


Complexiteit van de wet

Een vierde misvatting is dat de Wet DBA extreem ingewikkeld zou zijn. In werkelijkheid is deze wet grotendeels een "lege huls" die voornamelijk de VAR-verklaring heeft afgeschaft. De onduidelijkheid ontstaat niet zozeer door de wet zelf, maar door gebrek aan heldere uitvoeringsrichtlijnen, waardoor opdrachtgevers huiverig worden om zzp'ers in te huren.


Economische impact

Ten slotte bestaat de misvatting dat het beperken van zzp-arbeid de arbeidsmarkt helpt. In de praktijk heeft de strenge handhaving sinds 2025 geleid tot een krimpende markt voor zzp'ers, dalende tarieven door toegenomen concurrentie, en personeelstekorten in sectoren zoals zorg en kinderopvang waar zzp'ers cruciaal blijven. Bedrijven zijn door angst voor sancties massaal gestopt met het inhuren van zelfstandigen, wat de flexibiliteit van de arbeidsmarkt ernstig beperkt.


Met dank aan:

door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 3 augustus 2026
Geen VBAR 2.0
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?