Voordelen over zzp'ers: vrijwilligheid en welzijn
2 september 2025

Op verzoek weerleggen we ook enkele misvattingen over gedwongen zzp'ers. Die zijn er, maar de meesten (9 op 10) zijn juist heel blij.


Vooroordeel 1: “Veel zzp’ers zijn onvrijwillig zelfstandig.”
Feit: Slechts 11% van de zzp’ers geeft aan liever in loondienst te willen werken. Het overgrote deel (bijna 9 op de 10) kiest dus bewust voor zelfstandigheid.
Bron: TNO/CBS – Zelfstandigen Enquête Arbeid (ZEA) 2025, Hoofdresultaten


Vooroordeel 2: “Zzp’ers hebben een lagere brede welvaart dan werknemers.”
Feit: Vrijwillige zzp’ers scoren juist hoger op brede welvaart dan werknemers (+1,7%). Alleen zogeheten ‘noodzaak-zzp’ers’ scoren lager (–3,6%). Het probleem zit dus niet bij alle zzp’ers, maar bij de kleine groep die noodgedwongen zelfstandig is.
Bron: RaboResearch 2023 – Brede Welvaart van Werkenden


Vooroordeel 3: “Zzp’ers zijn ontevreden over hun werk en omstandigheden.”
Feit: Maar liefst 81% van de zzp’ers is (zeer) tevreden over hun werk, en 79% over de arbeidsomstandigheden. Ook ervaart 85% een (zeer) goede gezondheid.
Bron: TNO/CBS – ZEA 2025


Vooroordeel 4: “Zzp’ers regelen niets voor hun oude dag of risico’s.”
Feit: Steeds meer zzp’ers bouwen voorzieningen op. Zo had in 2023 37% spaargeld of beleggingen gereserveerd voor arbeidsongeschiktheid. Dit laat zien dat zzp’ers wél actief risico’s afdekken, al vaak op andere manieren dan werknemers.
Bron: CBS – Zelfstandigen en voorzieningen 2023


Vooroordeel 5: “Alle zzp’ers zijn een probleem voor de arbeidsmarkt en brede welvaart.”
Feit: De Hoofdlijnenbrief arbeidsmarkt wijst erop dat de brede welvaart onder druk staat, maar benadrukt dat beleid moet focussen op noodzaak-zzp’ers en schijnzelfstandigheid. Vrijwillige zzp’ers dragen juist positief bij aan brede welvaart en werkplezier.
Bron: Ministerie van SZW – Hoofdlijnenbrief arbeidsmarkt, 2023, p.5


Comité Zzp

door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 3 augustus 2026
Geen VBAR 2.0
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?