Persbericht: Honderden klachten over handhaving zzp-beleid voor Ombudsman en ACM
Comité ZZP • 14 juli 2025
De actie loopt door tot 1 september 2025

Sinds de start van de meldactie van Comité Zzp zijn 300 klachten binnengekomen over de werkwijze van de Belastingdienst rond de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). De klachten zijn verzameld via een speciaal formulier op www.comitezzp.nl/klachtombudsman. De meldactie loopt nog tot 1 september 2025.
De kern van de klachten is dat veel zzp’ers zich belemmerd voelen in hun werk door het overheidsbeleid en de manier waarop de Belastingdienst handhaaft. Volgens hen ontbreekt duidelijke communicatie over wat wel en niet is toegestaan, en worden zij en hun opdrachtgevers onterecht onzeker of zelfs afgeschrikt. Daardoor raken zelfstandigen opdrachten kwijt of worden zij buitenspel gezet. Een rode draad in de reacties is dat opdrachtgevers zzp’ers mijden uit angst voor naheffingen of controles. Dat veroorzaakt verlies van inkomen, werkonzekerheid en in sommige gevallen het volledig wegvallen van het bedrijf.
Ongelijke behandeling voor zzp’ers
Aanleiding voor de actie is dat Comité zzp verschillende problemen signaleert:
- Ongelijke behandeling
Zzp'ers worden als collectief benaderd, terwijl de bedoeling van de wet gericht is op slechts een klein aantal.
Laagbetaalde gedwongen zelfstandigen verdienen rechtvaardigheid. Maar niet ten koste van honderdduizenden vrijwillige ondernemers. - Disproportionele regelgeving
Wetgeving is onterecht streng en niet evenredig in haar toepassing. - Oneerlijke behandeling door de Belastingdienst
De Belastingdienst gedraagt zich als beleidsmaker in plaats van handhaver, zonder adequate toetsing op de individuele situatie van de zzp’er. - Onbetrouwbare overheid
Het zzp’erschap wordt al decennia gestimuleerd en gefaciliteerd door de overheid en nu ingewikkeld gemaakt.
Zowel zzp’ers als opdrachtgevers zijn op het verkeerde been gezet, de overheid toont zich onbetrouwbaar.
Enkele citaten uit de klachten
“Mijn klanten vallen weg door de onrust die er is over het inhuren van zzp’ers. Ik ga failliet als het zo doorgaat.”
“Veel bedrijven durven geen zzp meer aan te nemen door de onduidelijke regels. Minder opdrachtgevers, minder werk, minder inkomen.”
“Grote bedrijven zijn terughoudend met het verstrekken van opdrachten. Ik ben al 30 jaar zelfstandig, maar mijn omzet is nu gehalveerd.”
Het Comité wil met de actie aantonen dat de praktijk van handhaving zzp’ers onterecht raakt en zij gehinderd worden in hun ondernemerschap. Comité Zzp vraagt de Nationale Ombudsman om onderzoek. Juist met oog op veranderend beleid en handhaving in zicht is de actie nog belangrijker om ongelijke behandeling, disproportionele maatregelen en onvoorziene schadelijke neveneffecten aan te kaarten.
De actie startte anderhalve maand geleden, reageren kan nog tot 1 september 2025.
Over Comité ZZP
Comité Zzp is een onafhankelijke en ongebonden organisatie, opgericht door bezorgde zzp'ers. Het comité zet zich in voor een betere rechtspositie van zelfstandigen en denkt mee over oplossingen voor de huidige problematiek rondom zzp-beleid.
Noot voor de redactie:
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Comité Zzp via info@comitezzp.nl of bezoek de website www.comitezzp.nl.
Comité Zzp 🍓
Artikel op FD
Reactie op BNR
Post op LinkedIn

Alle zelfstandigen verdienen rechtszekerheid FNV Zelfstandigen stelt dat duidelijkheid voor ongeveer 275.000 zelfstandigen onzekerheid veroorzaakt voor meer dan 85% van de beroepsbevolking. Die conclusie wordt niet onderbouwd. FNV noemt bezwaren tegen de Zelfstandigenwet, maar maakt niet duidelijk welke bestaande werknemersrechten door welke bepaling in gevaar komen, noch waarom meer dan 85% van de beroepsbevolking daardoor onzekerheid zou ervaren. Het tegenover elkaar plaatsen van twee percentages is geen onderbouwing van dat verband. Comité ZZP vindt dat werknemersbescherming en rechtszekerheid voor zelfstandigen beide serieus moeten worden genomen. Wie feitelijk werknemer is en wil zijn, verdient de bijbehorende bescherming. Wie daadwerkelijk zelfstandig onderneemt, verdient duidelijke regels en ruimte om te ondernemen. De vraag is hoe wetgeving beide waarborgt. De afbakening tot 275.000 is niet aangetoond Volgens FNV bestaat twijfel bij opdrachtgevers over ongeveer 275.000 zzp’ers die eigen arbeid aanbieden, langdurig voor dezelfde opdrachtgever werken en weinig opdrachtgevers hebben. In de reactie ontbreken een bron en een controleerbare berekening. Daarmee ontbreekt de onderbouwing om juist deze groep als de volledige groep met onzekerheid aan te wijzen. Het CBS verzamelt gegevens over het aantal opdrachtgevers en de mate waarin zelfstandigen voor hun inkomsten afhankelijk zijn van één opdrachtgever. Die gegevens beschrijven economische afhankelijkheid. Ze meten niet hoeveel zelfstandigen en opdrachtgevers onzeker zijn over de juridische kwalificatie van hun samenwerking. Die twee zaken mogen niet zonder aanvullende onderbouwing aan elkaar worden gelijkgesteld. FNV beschrijft bovendien zelf dat opdrachtgevers alle zzp’ers uitsluiten, bestaande samenwerkingen beëindigen of zelfstandigen uitsluitend via tussenbureaus laten werken. Zulke algemene maatregelen onderscheiden niet naar opdrachtduur of het aantal opdrachtgevers van een individuele zelfstandige. Dat betekent onzekerheid voor álle zzp'ers en kan niet de bedoeling zijn. Alle zelfstandigen hebben belang bij duidelijke regels Los van het precieze aantal vindt Comité ZZP dat alle zelfstandigen rechtszekerheid verdienen. Zij moeten kunnen beoordelen onder welke voorwaarden zij een opdracht kunnen uitvoeren en welke verplichtingen daarbij horen. Dat belang geldt voor starters, voor ondernemers met meerdere opdrachtgevers en voor zelfstandigen die afwisselend korte en lange opdrachten aannemen. Daarmee wordt niet beweerd dat iedere zelfstandige evenveel onzekerheid ervaart. Ook als het uitsluitend om 275.000 mensen zou gaan, blijft hun belang bij rechtszekerheid overeind. De omvang van een groep is geen argument om onduidelijkheid voor die groep te laten voortbestaan. Een lange opdracht maakt iemand nog geen werknemer Een langdurige opdracht of een beperkt aantal opdrachtgevers kan meewegen bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Geen van beide bepaalt op zichzelf de uitkomst. Een specialist kan maanden aan één project werken en daadwerkelijk ondernemer zijn. Omgekeerd bewijst een reeks korte opdrachten niet dat iemand zelfstandig werkt. De Hoge Raad verlangt een beoordeling van alle omstandigheden in onderling verband. In de Uber-uitspraak van 21 februari 2025 bevestigde de Hoge Raad dat ondernemerschap volwaardig meetelt en zelfs doorslaggevend kan zijn. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de specifieke opdracht van belang zijn. Het aantal opdrachtgevers en de duur van opdrachten bieden dus geen zelfstandige grond om een hele groep als werknemer of ondernemer aan te merken. Evenmin tonen ze aan waar rechtsonzekerheid begint of eindigt. Waarop is de onzekerheid voor die 85% gebaseerd? FNV hecht terecht aan werknemersbescherming en een goed functionerend collectief stelsel. Wijzigingen in de afbakening van de arbeidsovereenkomst moeten daarom zorgvuldig worden beoordeeld. Als een voorstel mogelijkheden creëert om werknemers ten onrechte als zelfstandige te behandelen, moet dat concreet worden benoemd en aangepakt. Maar daarvoor is meer nodig dan de stelling dat aanpassing van het arbeidsrecht onzekerheid schept voor vrijwel alle werknemers. Welke bepaling veroorzaakt dat? Voor welke werknemers verandert de rechtspositie? Welke bescherming wordt moeilijker afdwingbaar? FNV noemt onder meer open normen, aansluiting op bestaande rechtspraak en onduidelijkheid over pensioen en fiscaliteit. Dat zijn onderwerpen voor een inhoudelijke beoordeling van het voorstel. Ze tonen op zichzelf niet aan dat meer dan 85% van de beroepsbevolking onzekerheid zal ervaren. Het bestaan van rechtspraak maakt nadere wetgeving bovendien niet bij voorbaat ongewenst. In de Deliveroo-uitspraak wees de Hoge Raad expliciet op de aandacht van de wetgever voor nadere algemene regels over de afgrenzing tussen werknemerschap en zelfstandig ondernemerschap. Een gelijk speelveld vraagt ook om ruimte voor ondernemerschap Comité ZZP onderschrijft het belang van bescherming voor alle werkenden. Een gelijk speelveld vraagt om eerlijke voorwaarden voor verschillende manieren van werken. Werknemers moeten kunnen rekenen op hun arbeidsrechtelijke bescherming. Zelfstandigen moeten hun onderneming verantwoord kunnen voeren en vooraf zo goed mogelijk kunnen beoordelen waar zij aan toe zijn. FNV constateert ook dat slecht werkgeverschap mensen richting zelfstandigheid kan duwen. Dat verdient een eigen antwoord: meer zeggenschap, betere roosters, minder bureaucratie en een werkbare balans tussen werk en privé. Onduidelijkheid over zelfstandig ondernemerschap lost die problemen niet op. Wie zelfstandig wil werken, moet dat kunnen doen. Verbeter het voorstel waar dat nodig is De Zelfstandigenwet moet kritisch worden getoetst op duidelijkheid, uitvoerbaarheid en bescherming tegen misbruik. Als criteria onvoldoende houvast bieden of waarborgen tekortschieten, moeten die worden verbeterd. Rechtszekerheid is een doel waaraan het voorstel moet worden getoetst, geen resultaat dat bij voorbaat vaststaat. Diezelfde zorgvuldigheid mag worden verwacht van de kritiek. Een onbewezen tegenstelling tussen 3% en 85% helpt het debat niet verder. De wetgever moet werknemers beschermen én zelfstandigen een helder kader bieden. Alle zelfstandigen verdienen duidelijke regels.

Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.








