Welke keus hebben zzp'ers op 29 oktober?
13 oktober 2025

Verkiezingen: hebben 1,7 miljoen zzp’ers een échte keus?

Deze verkiezingen heeft bijna elke partij het in het programma alsnog over de zzp’er - beetje laat.
Het gaat over bescherming, over schijnzelfstandigheid, over verplichtingen. Het gaat helaas niet over wat de zzp’er zelf wil. En niet elke partij lijkt het onderwerp in volle omvang te begrijpen.


De meeste zzp'ers hebben ervoor gekozen om zelfstandig professional te zijn. De overheid zou het passen om deze 1,7 miljoen zzp’ers te faciliteren, meer dan ze persé in een keurslijf te dwingen. Daar gaan de verkiezingsprogramma's echter zeker niet over. 


Faciliteren betekent op korte termijn bijvoorbeeld: de huidige handhaving op schijnzelfstandigheid is willekeurig en onuitvoerbaar, moet dus worden stopgezet tot er duidelijke wetgeving is. En nieuwe regels moeten eerlijkheid en duidelijkheid brengen zonder ondernemers te belemmeren.
Voor de lange termijn: uiteindelijk alle werkenden, ongeacht hun contractvorm, gelijke toegang geven tot het sociale stelsel. Dan zijn we klaar met het decennia slepende kostbare en heilloze juridische gesteggel om mensen in contractvormpjes te wurmen die ze niet willen.


Dergelijk standpunten zouden getuigen van realiteitszin en visie. Maar helaas, de partijprogramma's doen niet veel meer dan de polder weerspiegelen. Een kieskompas voor de zzp'ers is er tot dusver niet. Heel veel keuze is er dan ook niet. Wat is er wel?


D66 

We bezien de plannen van D66 met gemengde gevoelens. De zelfstandigentoets en werkrelatietoets bieden wel duidelijkheid, maar kunnen ook de vrijheid van zelfstandigen beperken. Financieel is er verbetering mogelijk via de omzetting van de zelfstandigenaftrek naar een belastingkorting, maar dit geldt vooral voor wie veel uren werkt. Toegang tot collectieve voorzieningen zoals AOV en verlofregelingen is een pluspunt, hoewel de verplichte AOV sommige zzp’ers zwaar kan belasten. 

Minder regeldruk en digitalisering zijn welkom, maar de invoering van de nieuwe wetgeving kan tijdelijk extra administratie opleveren. De mogelijkheid tot collectieve onderhandelingen wordt positief gezien, omdat zzp’ers zo meer macht krijgen tegenover opdrachtgevers. Strikte toetsen kunnen leiden tot onzekerheid over de status als ondernemer. Dus: voordelen in zekerheid en bescherming, maar vrees voor te veel beperkingen en kosten. Zelfstandigheid en autonomie moeten altijd centraal blijven staan.


VVD 

We waarderen de nadruk van de VVD op vrijheid en keuzevrijheid voor zelfstandigen. De Zelfstandigenwet biedt duidelijkheid, maar het rechtsvermoeden bij lage uurtarieven kan voor verwarring zorgen. De mogelijkheid om zelf te kiezen hoe AOV en pensioen worden geregeld is een pluspunt, hoewel verplichte elementen soms als last kunnen voelen. Minder regels en een kleinere overheid worden positief gezien, omdat zzp’ers zo meer ruimte krijgen om te ondernemen. Belastingverlaging en minder bureaucratie versterken het ondernemersklimaat. Eigen verantwoordelijkheid staat centraal, wat aansluit bij de filosofie van zelfstandigen. Kortom, de VVD-keuzes zijn aantrekkelijk voor zelfstandigen die vrijheid belangrijk vinden, maar minder gunstig voor wie zekerheid zoekt.


CDA en BBB: sympathie, maar te veel randvoorwaarden

Het CDA erkent het belang van duidelijkheid, maar wil zelfstandigen vooral opvoeden tot “verantwoorde ondernemers”. Prima, zolang dat niet betekent dat Den Haag beter weet wat goed voor ons is dan wijzelf.
BBB spreekt zzp’ers aan met haar kritiek op overregulering, maar het rechtsvermoeden van werknemerschap onder een bepaald tarief is een gevaarlijk precedent. Tarief zegt immers niets over zelfstandigheid of professionaliteit.


Volt: goed bedoeld, maar soms te ver weg

Volt spreekt mooie woorden over gelijke toegang en minder rompslomp, maar blijft vaag over de uitvoering. Volt geeft weinig concrete details over hoe ze dat precies gaan uitvoeren, zoals hoe toetsen, subsidies of verzekeringen er in de praktijk uitzien. Hun blik is vaak Europees, terwijl de Nederlandse zelfstandige vooral behoefte heeft aan concrete, uitvoerbare oplossingen in de praktijk van morgen.


En de rest?

Partijen als PvdA/GroenLinks en SP leggen zoveel nadruk op zekerheid, dat ze de vrijheid van het ondernemerschap dreigen te verliezen. Aan de andere kant PVV en FVD: veel geroep over vrijheid, maar weinig aandacht voor eerlijkheid of zekerheid. Beide uitersten missen de nuance die het zzp-bestaan kenmerkt: vrijheid mét verantwoordelijkheid.


Visie blijft uit

Als je kijkt naar de huidige programma’s, dan scoort D66 het beste op de kernwaarden van Comité ZZP, gevolgd door VVD, CDA, BBB en Volt. Maar het echte werk begint pas ná de verkiezingen — wanneer woorden moeten worden omgezet in beleid dat zelfstandigen niet hindert, maar versterkt, Zelfstandige professionals zijn immers een bron van dynamiek, groei en innovatie. Een sterke flexibele schil is onmisbaar voor een gezonde economie. Comité ZZP pleit voor een koerswijziging die zelfstandigen erkent en ruimte biedt, zodat Nederland haar wendbare en sterke arbeidsmarkt behoudt. De meeste partijprogramma’s doen echter niet veel meer dan doormodderen in een hardnekkige departementale doctrine.


Comité ZZP
Vrijheid, duidelijkheid, eerlijkheid.

www.comitezzp.nl



Bekijk het Comité ZZP kieskompas
door secretaris • 28 oktober 2026
Nederland telt ruim een miljoen zelfstandigen zonder personeel. Veel van hen kiezen bewust voor ondernemerschap. Ze investeren, nemen risico’s, zoeken klanten en dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen inkomen en toekomst. Het Burgerlijk Wetboek regelt verschillende overeenkomsten waaronder zij werken. Toch ontbreekt een algemene wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap. Dat roept een vraag op: verdient zelfstandig ondernemerschap, naast de arbeidsovereenkomst, een duidelijker eigen plaats in de wet? De contractvorm is geregeld, de ondernemer niet algemeen omschreven Artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek beschrijft wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst. Arbeid, loon en werken in dienst van een ander vormen daarbij de kern. Rondom deze overeenkomst is een uitgebreid stelsel van werknemersbescherming gebouwd. Het Burgerlijk Wetboek kent ook de overeenkomst van opdracht en aanneming van werk. Die regelen belangrijke contractvormen waarvan zelfstandigen gebruikmaken. Ze geven geen echter algemene omschrijving van wie zelfstandig ondernemer is. Dat onderscheid doet ertoe. De overeenkomst waaronder iemand werkt, heeft een wettelijke plaats. Zelfstandig ondernemerschap als zodanig heeft binnen het Burgerlijk Wetboek geen vergelijkbare algemene omschrijving. Ondernemerschap is juridisch al relevant Nederland kent verschillende ondernemersbegrippen. De inkomstenbelasting en de btw hebben ieder hun eigen criteria. Ook binnen het Burgerlijk Wetboek bestaan begrippen voor specifieke doeleinden, zoals de handelaar in het consumentenrecht. Die begrippen beantwoorden echter niet automatisch de vraag of iemand een bepaalde opdracht als zelfstandige uitvoert. Ondernemer zijn en een arbeidsovereenkomst hebben, sluiten elkaar niet in alle omstandigheden uit. Iemand kan een eigen bedrijf hebben en daarnaast in loondienst werken. Ook bij de beoordeling van een arbeidsrelatie speelt ondernemerschap al een belangrijke rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat ondernemerschap volwaardig moet worden meegewogen. Daarbij kunnen ook omstandigheden buiten de betreffende opdracht meetellen, zoals acquisitie, reputatie en het aantal opdrachtgevers. Tussen de relevante omstandigheden geldt geen vaste rangorde. Die erkenning is belangrijk. Echter: zij is ontwikkeld in de rechtspraak. Een expliciete wettelijke omschrijving van zelfstandig ondernemerschap als tegenhanger van de arbeidsovereenkomst ontbreekt nog steeds. Geef ook de bewuste keuze betekenis De wens om ondernemer te zijn, maakt iemand onder het huidige recht nog geen zelfstandige. Een contract met het opschrift ‘overeenkomst van opdracht’ is evenmin voldoende. De overeengekomen rechten en verplichtingen en de uitvoering daarvan bepalen hoe de arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Daarmee is de politieke vraag niet beantwoord: welke betekenis zou een aantoonbaar vrije en geïnformeerde keuze voor ondernemerschap in de wet moeten krijgen? Die keuze hoeft niet op zichzelf beslissend te zijn. Zij kan worden verbonden aan objectieve kenmerken: zelfstandig opdrachten verwerven, investeren, eigen tarieven bepalen, verantwoordelijkheid dragen voor het resultaat en ondernemersrisico lopen. Wie wettelijke erkenning van ondernemerschap bepleit, moet daarom duidelijk maken welke combinatie van keuzevrijheid en feitelijke zelfstandigheid daarvoor nodig is. Andere Europese landen bieden aanknopingspunten Andere Europese landen geven ondernemerschap en zelfstandig werk op verschillende manieren een wettelijke plaats. Duitsland omschrijft in § 14 van het Bürgerliches Gesetzbuch wie bij het aangaan van een rechtshandeling als ondernemer handelt. - Italië kent zowel een ondernemersbegrip als afzonderlijke bepalingen over zelfstandig werk. - België heeft een breed ondernemingsbegrip vastgelegd in het Wetboek Economisch Recht. Die begrippen hebben verschillende functies en zijn niet zonder meer gelijk aan de Nederlandse zzp’er. - Spanje biedt een directer aanknopingspunt. De Ley 20/2007 del Estatuto del trabajo autónomo omschrijft zelfstandig werkenden en regelt hun rechten en plichten. Daarbij is onder meer vereist dat zij voor eigen rekening en buiten de leiding en organisatie van een ander werken. Deze voorbeelden lossen de grens tussen zelfstandigheid en werknemerschap niet vanzelf op. Ze laten wel zien dat een expliciet wettelijk kader voor ondernemerschap of zelfstandig werk mogelijk is naast werknemersbescherming. Maak duidelijk wat wettelijke erkenning moet opleveren Comité ZZP pleit ervoor te onderzoeken hoe zelfstandig ondernemerschap een eigen wettelijke omschrijving en duidelijke rechtsgevolgen kan krijgen. Daarbij moet vooraf helder zijn wat zo’n regeling oplevert. Welke kenmerken wijzen op daadwerkelijke zelfstandigheid? Hoe weegt de bewuste keuze mee? En welke zekerheid kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer daaraan ontlenen voordat zij gaan samenwerken? Een wettelijke regeling moet meer bieden dan symbolische erkenning. Zij moet bijdragen aan een begrijpelijke en voorspelbare beoordeling, met waarborgen tegen schijnzelfstandigheid en behoud van werknemersbescherming. Het Nederlandse recht erkent ondernemerschap al op verschillende plaatsen. De rechtspraak geeft het betekenis bij de beoordeling van arbeidsrelaties. De volgende vraag is of de wetgever die erkenning duidelijker en samenhangender moet vastleggen. Het wordt tijd dat de wet ook positief omschrijft wat daadwerkelijk zelfstandig ondernemerschap inhoudt — en welke rechtsgevolgen daaraan verbonden zijn.
door penningmeester • 21 oktober 2026
‘Geen zzp’er inhuren’ is een veilig advies. Is het ook het beste advies?
door secretaris • 19 oktober 2026
PRO: contra zzp.
door secretaris • 3 augustus 2026
Geen VBAR 2.0
door secretaris • 24 juli 2026
De nieuwste cijfers van de KvK laten zien dat het aantal zzp'ers opnieuw flink is gestegen.
door secretaris • 15 juli 2026
Er is een campagne. Maar we zien ‘m niet. De naam is sterk: ‘Zo kan zzp wél’.
door secretaris • 6 juli 2026
Twee ministers. Eén ministerie. Twee boodschappen.
door penningmeester • 29 juni 2026
De wereld beweegt richting solo. Dat is geen toeval!
door secretaris • 22 juni 2026
Framing en feiten: Waarom het bashen van de zzp’er nu écht moet stoppen 
door secretaris • 29 april 2026
1 mei: Dag van de Arbeid – maar voor wie eigenlijk?